"WE MOETEN GAAN VOOR COMPACTE WOONVORMEN DIE AAN DE BEHOEFTEN VAN VERSCHILLENDE DOELGROEPEN VOLDOEN, ZONDER DAT WE HIERBIJ IEDEREEN EEN KAVEL MET VRIJSTAANDE BEBOUWING KUNNEN BIEDEN." - KRISTINE VERACHTERT

De studentenstad geherdefinieerd. Met innovatieve stadsontwikkelingsprojecten als Tweewaters en een opwaardering van haar stationsbuurt, kiest Leuven steevast voor compacte bebouwing en duurzame mobiliteit.

Wie dacht dat Leuven alleen maar een stad is voor studenten en afgestudeerde ‘plakkers’ heeft het mis. De stad investeert volop in duurzame woon –en werkomgevingen. Om dit te verwezenlijken trekt de stad resoluut de kaart van inbreiding en herdefiniëring van bestaande stadsdelen. Project Tweewaters (masterplan door Beel & De Geyter) is daarvan het meest ambitieuze. Dit project maakt deel uit van de herontwikkeling van de Leuvense Vaartkom, met ondermeer een herbestemming van de oude bedrijfsgebouwen van biermultinational Inbev. Blikvanger wordt de zogenaamde Balk van Beel (Beel Arcitecten), een 180 m lang wooncomplex dat momenteel in opbouw is. Op dezelfde site is momenteel al wel al het Openbare Entrepot (T’Jonck Nilis ingenieur-architecten) te bezichtigen, een voormalig megamagazijn dat is omgebouwd tot polyvalent kunst –en cultuurlaboratorium.

Absolute blikvanger is vandaag echter de opwaardering van de Leuvense stationsbuurt. Niet alleen zijn hier de nieuwe stadskantoren (Crepain Binst Architecture) verrezen, ook het gloednieuwe Vlaams Administratief Centrum (Jaspers & Eyers i.s.m. Gigantes Zenghelis), een schoolvoorbeeld voor duurzaam bouwen, vindt hier zijn thuishaven.
 

STUDENTEN­STAD 2.0

"De tijd van de open - en half open bebouwingen is voorgoed voorbij." Met deze uitspraak wil Kristine Verachtert, afdelingshoofd Ruimtelijke Planning van de stad Leuven, duidelijk maken dat Leuven steevast de kaart trekt van compacte bebouwing en duurzame inbreiding. Ambitieuze projecten als 'Tweewaters' en een nieuwe stationsomgeving moeten deze visie vormgeven.

Stationswijk Leuven

Als je vandaag met de trein aankomt in Leuven kan je er niet meer omheen, overal waar je kijkt rijzen gebouwen als paddenstoelen uit de grond. Waar pakweg vijf jaar geleden de gewelven van Samyns stationshal je mond deden openvallen, zijn er nu tal van andere gebouwen die de aandacht trekken. De ontwikkeling rond de stationsomgeving vormt volgens Kristine Verachtert dan ook de basis van het stadsbeleid: "We willen met de vernieuwing van de stationsomgeving het belang aantonen van verdichting nabij goed bereikbare openbare vervoersknooppunten." Dat Leuven resoluut de kaart trekt van duurzame mobiliteit is duidelijk. Door haar nieuwe stadskantoor pal naast het station in te richten, geeft de stad het goede voorbeeld. Dit nieuwe administratieve hart van de stad Leuven maakt deel uit van een ruimer kantoorproject (Crepain Binst Architecture), waarvan KBC de initiatiefnemer is. Een gloednieuw KBC-kantoor (één van de laatste ontwerpen van wijlen Jo Crepain) is dan ook een prominent gegeven op de site.
Dat de ontwikkeling aan het station zich niet enkel concentreert op de binnenstad, bewijst de bouw van de 'Kop van Kessel-Lo' (SeARCH Architects ism ART-TE). Dit multifunc­tionele hoogbouwproject aan de overkant van de spoorweg, bevat o.a. kantoren en huisvesting.
Maar daarmee is nog niet alles gezegd over de ontwikkelingen rond het station. Op een boogscheut van het station zijn verschillende herontwikkelingsprojecten bezig, bijvoorbeeld de 'Centrale Werkplaatsen' (Bogdan & Van Broeck Architects), het voormalige werkterrein van de NMBS waar stad en private ontwikkelaars geïntegreerde projecten van wonen en gemeenschapsvoorzieningen uit de grond stampen. Tussen station en Vuurkruisenlaan pootte de Vlaamse overheid dan weer het Vlaams Administratief Centrum - VAC - (Jaspers & Eyers en Partners i.s.m. Gigantes Zenghelis) neer, een hoogbouw die uitzonderlijk scoort op vlak van energiezuinigheid.

 

Tweewaters

Met de overdonderende bouwwoede aan het station van Leuven zou je haast denken dat de rest van de stad hiervan gevrijwaard blijft. Niets is minder waar. Als er één stadsontwikkelingsproject is waarmee Leuven zich echt op de internationale kaart zal zetten, dan is dat volgens Verachtert de herontwikkeling van de Vaartkom. Uit een stadsdeel waar tot voor kort de oude bedrijfsgebouwen van biermultinational Inbev waren gevestigd, herrijzen binnenkort verschillende herbestemmingprojecten. "Het project Tweewaters is hiervan zonder twijfel het meest vooruitstrevend, zowel op architecturaal vlak als naar leefkwaliteit toe zal dit enorm de aandacht trekken", zegt Verachtert. Projectontwikkelaar Ertzberg liet voor deze nieuwe woon- en werkbestemming een masterplan opmaken door Beel & De Geyter, i.s.m. de bekende Franse landschapsarchitect Michel Desvigne die het ontwerp van het parkgedeelte voor zijn rekening nam. "Op stedenbouwkundig niveau gaan er op deze site zaken gebeuren die voor een stad als Leuven niet zo voor de hand liggend zijn", zegt Verachtert "Tweewaters zal namelijk voor een groot deel uit hoogbouw bestaan, iets wat eerder uitzonderlijk is op een site die officieel gelegen is in de binnenstad."
In 2010 vergunde de stad op de site 'Tweewaters" de zogenaamde 'Balk van Beel' (Beel Architecten), een 180 m lang wooncomplex dat nu al in opbouw is en waarvan de oplevering voor 2013 is gepland.
Op dezelfde site wordt de herbestemming van de 'Silo's' voorbereid. Deze voormalige graanopslagplaatsen van brouwerij Artois, bestaande uit 54 betonnen kokers van 50m hoog, worden omgevormd tot unieke 'silolofts' en een vijfsterrenhotel. Als top of the bill worden de Silo's letterlijk bekroond met een donutvormige nieuwbouw (De Geyter Architecten). "Beide gebouwen worden echte blikvangers in Leuven en er volgen er nog meer", aldus Verachtert. Ook vanuit ecologisch standpunt scoort heel de ontwikkeling rond de site Tweewaters zeer goed. De ontwikkelaars en architecten gaan met dit project bijvoorbeeld extreem ver in zuinig energieverbruik. Verachtert: "Men is voor Tweewaters zelfs aan het zoeken naar een eigen energieproductie. Er bestaan ondertussen verschillende pistes om dit te realiseren." Het zou hierbij gaan om energievoorziening met warmtekrachtkoppeling die niet alleen voor de site zelf zal dienen, maar ook de aangrenzende wijken kan voorzien van de nodige energietoevoer.

Een ander interessant project aan de Vaartkom, is het Openbaar Entrepot (voor de Kunsten). Dit voormalige megamagazijn uit 1956 (architect Victor Broos) is door T'Jonck-
Nilis Architecten tijdelijk omgebouwd tot een polyvalent kunst- en cultuurlaboratorium. Het behoud van de immense ruimte van de verschillende volumes, het gebruik van tijdelijke cellen en een eerder rudimentaire afwerking maken van het gebouw een multifunctioneel wonder. Architectuur en stedenbouw gaan steeds meer over het herbestemmen van het bestaande reservoir zodat deze gebouwen terug aansluiten bij de huidige en toekomstige noden.

In Leuven krijg je een hondenhok met een
voordeur zelfs verhuurd

Natuurlijk is Leuven in de eerste plaats een studentenstad. Dit zorgt ervoor dat ze een heel specifieke bevolkingssamenstelling kent, waardoor de vraag vanuit de markt naar kleine woonunits zeer hoog ligt. Het aandeel alleenstaanden stijgt daarenboven ook sterk in Leuven. Gecombineerd met een nog groeiend aantal studenten, zorgt dit voor een erg grote druk op de bestaande gezinswoningen. En daar verschilt Leuven volgens Verachtert heel hard van andere steden in België. "In Leuven krijg je bij wijze van spreken een hondenhok met een deur nog altijd verhuurd."

De schijnbare dualiteit 'kleine units vs gezinswoningen' brengt een dubbele vraag met zich mee: bijkomende kamers en kleine units voor studenten en 'plakkers', en tegelijk ruimte om ook het klassieke gezin met kinderen in de stad een plaats te kunnen bieden. Als gevolg zien we dat woonvormen, die vroeger de normaalste zaak van de wereld waren, vandaag plaats moeten maken voor minder plaatsverslindende oplossingen. Verachtert: "De tijd van de open - en half open bebouwingen is voorgoed voorbij. We moeten gaan voor compacte woonvormen die aan de behoeften van verschillende doelgroepen voldoen, zonder dat we hierbij iedereen een kavel met vrijstaande bebouwing kunnen bieden."
De stad staat momenteel voor de loodzware opdracht om tegen 2015 om en bij de 3500 extra studentenkamers te voorzien. Dat er ook daar plaats moet zijn voor kwalitatieve hedendaagse architectuur kan volgens Verachtert niet genoeg de aandacht op worden gevestigd. Zij merkt de laatste jaren wel een positieve kentering bij de K.U.Leuven betreffende kwalitatieve huisvesting en onderwijsfaciliteiten. "Daar waar er vroeger aan een soort van 'containerarchitectuur' werd gedaan, valt het op dat er zowel op architecturaal vlak als op gebied van multifunctionaliteit en flexibiliteit van de gebouwen duidelijk sprake is van een nieuwe benadering." De K.U.Leuven is dan ook volop bezig met het realiseren van innovatieve projecten, zowel binnen, als buiten het stadscentrum. Een masterplan, opgesteld door K.U.Leuven, Imec en de stad Leuven, voor de Zuidelijke Dijlevallei (AWG Architecten) biedt een antwoord op de problematiek rond verdichting en speelt eveneens in op de nood aan extra huisvesting. Blikvanger bij dit project zal de monumentale IMEC toren worden, naar het winnende ontwerp van de internationale toparchitecten Baumschlager - Eberle.

Vernieuwing in het stadscentrum

Ook in het Leuvense stadscentrum wil de K.U.Leuven haar architecturaal steentje bijdragen. De recente ontsluiting van de universiteitshal (Bogdan & Van Broeck Architects i.s.m. LAVA architecten) toont een serene, hedendaagse dialectiek met de historische Lakenhallen. Een ander binnenstedelijk project dat kan gelden als dé hoogvlieger van de laatste jaren is Museum M (Beel Architecten). Zowel wat betreft de architecturale uitwerking als de stedenbouwkundige inpassing is dit een geslaagd project. Museum M levert bovendien een meerwaarde voor de internationale uitstraling van Leuven.
Volgens Verachtert speelt Leuven met haar recente stedenbouwkundige ontwikkelingen volop in op de bevolkingsevolutie en op de keuzes voor stedelijke ontwikkeling die op Vlaams niveau werden gemaakt. "We merken de laatste jaren vooral een groei in het aantal jonge alleenstaanden en van medioren en senioren. "Om die groei op te vangen is het nodig om, zonder te knagen aan de prachtige landschappen die onze stad omgeven, nog meer de kaart van inbreiding te trekken", benadrukt Verachtert. "Enerzijds zijn wij zeer actief bezig om binnenzones naar voren te schuiven als woonontwikkelingsgebied. Daarnaast vestigen we de aandacht op herontwikkelingslocaties voor bedrijven die momenteel een verhuisbeweging maken naar meer geschikte locaties; denk maar aan de verhuis van de universitaire ziekenhuizen en opleidingen naar Gasthuisberg."
(EV)