Het inzicht van ... Stéphane Beel

Eerst orde maken en dan mag de chaos komen

Een gebouw kan beklijvend zijn, het pakt mij, het is een soort van trance. Ik heb een sensuele verhouding met gebouwen zoals met kunst, een bijna direct fysische en psychische relatie die niet visueel waarneembaar is. Het gaat over voelen en aanvoelen, een spiritueel genot.

Als ik ontwerp, laat ik mij beïnvloeden door muziek en kunst. Ik was 14 jaar en werd volledig warm van de Kindertotenlieder van Gustaf Mahler. Dit heeft mij mateloos geïnspireerd. Bij het ontwerp van Villa M in Zedelgem was ik in de ban van de Vierde Symfonie van Mahler.

Het klooster van Thoronet (Zuid-Frankrijk) is een gebouw dat me raakt omwille van de ruimtes, de verhouding, de opeenvolging, de precisie en de lichtinval. Andere grote voorbeelden zijn Schinkel, omwille van de verhoudingen en de ritmiek, Mies van der Rohe, Oscar Niemeyer en Afonso Eduardo Reidy, een landgenoot van Niemeyer, minder bekend maar schitterend.

Architectuur krijgt een meerwaarde wanneer ze meer is dan de functionele vertaling van de opdracht. Hoe ga je om met de vraag, de plaats? Door de zaken niet als een vijand te beschouwen, maar als een medespeler. Door de zaken om te draaien, vanuit een ander perspectief te bekijken en dat eventueel als start van een ontwerp te gebruiken. Meerwaarde gaat over de poëzie van de ruimte. De architect gebruikt alle middelen die ter beschikking staan: het materiaal, de ruimte, de opeenvolging van ruimtes, het licht, de verhoudingen, de relatie met de nabije en de verre omgeving. Je bent als architect de regisseur van de ruimte en van de mensen die zich daarin bewegen. Je hoeft niet alles te bepalen, te definiëren. Maar soms is het goed een aantal zaken te poneren die niet direct zichtbaar zijn. Eerst orde maken en dan mag de chaos komen.


Stéphane Beel is architect.

Terug

 
partners