Het inzicht van ... Martine De Maeseneer

Le Corbusier als ‘can opener’

In 1987 zag ik tijdens mijn studies in London de grote overzichtstentoonstelling over Le Corbusiers werk, naar aanleiding van zijn 100ste verjaardag. Tot dan was ik veeleer een koele minnaar van zijn architectuur. Een lezingenreeks van Robin Evans over de ontwerptekeningen en maquettes van Le Corbusier werkte echter als ‘can opener’. De dwangmatige zoektocht naar ideale maten en een bepaalde esthetiek leek voorbij.

In de kapel van Ronchamp ontdekte ik dat Le Corbusiers ontwerp is opgebouwd uit ‘zeven’ identieke lichtgeplooide trapezia, in tegenstelling tot bv. de zes vlakken van een kubus. In zekere zin parodieerde hij zijn eerdere ‘zeepkisten architectuur’, zoals hij het zelf noemde. Notoire critici als Pevsner, reageerden in de jaren vijftig nog gefrustreerd op het maniërisme van Ronchamp, in de jaren zeventig werd de kapel dan weer het boegbeeld van het post-modernisme (Charles Jenks vergeleek het met een nonnenkap, de kiel van een schip en biddende handen). Voor ons was het trapezoïde ‘hypervolume’, de eerste kennismaking met wat later in de jaren negentig bekend zou geraken als ‘diagrammen’. De zoektocht kon beginnen naar plooibare begrippen, abstracte dragers die mijn ontwerpen voorgoed zouden gaan tekenen.


Martine De Maeseneer is architect.

Terug

 
partners